2011: Biodiversiteitstuinen zijn zeer gunstig voor mijn bijen

Gepubliceerd op
Zaterdag 14 januari 2012
Ton bij zijn bijenkasten

Ton bij zijn bijenkasten

Biodiversiteitstuinen zijn zeer gunstig voor mijn bijen

Ton is veertig jaar geleden getrouwd en woont sindsdien in de Hasseltstraat. Daar is zijn hobby begonnen. “Ik vond en vind bijen interessant; ik houd van de natuur en van bloemen.”
“Nu heb ik zeven bijenkasten vlak bij het kantoor van de Kamer van Koophandel staan en nog eens zeven bij een volkstuin in Tilburg Noord. Bij de KvK is een biodiversiteitstuin aangelegd. Dat is zeer gunstig voor mijn bijen. Bij het tegenover gelegen Theresialyceum gaan ze ook zo’n tuin aanleggen. Dus ik zit daar zeer goed.”


Bijen verkrijgen hun voedsel uit nectar en stuifmeel van bloemen. Op deze manier vormt de bij de belangrijkste schakel in het proces van bestuiving, dat verantwoordelijk is voor zo’n dertig procent van al het menselijk voedsel.
Naast zijn rol als bestuiver staat de bij vooral bekend om zijn honing. Honingbijen zijn harde werkers die rond de 450 planten per uur kunnen bestuiven. Ze leven samen in groepen (volken genaamd) van tien- tot zestigduizend individuen.

De koningin legt eitjes, de werksters bouwen het nest, verzamelen voedsel, verzorgen de kleintjes (het broed) en verdedigen de groep. De darren zijn alleen nodig om de soort voort te planten. Ton van der Borg: “In de zomer hebben mijn kasten een volk van zo’n 40.000 bijen. In de winter valt dat aantal terug naar 20.000. Ze sterven bijvoorbeeld door ouderdom. Ze overwinteren tot dat de dagen beginnen te lengen. Begin mei moet de koningin hard werken, ze legt wel duizend eitjes per dag en eind van de maand hebben we weer een volk van 40.000.”


“Ik haal de koningin samen met 10.000 bijen uit een kast en doe deze in een andere kast. De koningin legt weer eieren totdat ze een groot volk heeft.”


“In de kast waar ik de koningin heb uitgehaald geven de werkbijen ander voedsel aan de larven, de zogenaamde koninginnengelei. Dit is een witachtige substantie die afgescheiden wordt door de klieren van werkbijen.”
“Er kunnen wel tien koninginnen uit de larven komen. Op de veertiende dag komt de eerste majesteit uit haar cocon en vliegt, als ik niks doe, met een deel van het volk (10.000) uit. Zo ook de 15e, 16e en 17e dag, zodat er maar een klein volkje zou overblijven. Maar ik open op de dertiende dag rond zes uur ‘s avonds de kast en kijk dan alle raten na. Ik open de cellen (cocons) van de koninginnenlarven, zodat die tot leven komen. De koninginnen vechten om de heerschappij en er blijft er maar één over. De werkbijen houden de majesteit tegen en het volk blijft.
“We laten de bijen de krant lezen. Ik zet twee kasten op elkaar, de onderkant van de bovenste is open en tussen de twee kasten leg ik een krant. De bijen bijten door de krant heen en zo verenig ik twee volken. Als er meer dan 40.000 in het volk zitten, dan bepalen ze onderling wie er weg moeten. De oude koning vliegt de kast uit met 10.000 bijen, terwijl de jonge nog in de cel zit. Dan begint alles opnieuw.”
“Fruittelers willen bijen voor de bestuiving in de kassen. Maar er zijn ook veel hommels die daar speciaal voor zijn gekweekt. Kwekers gebruiken bijen om de hommelkoningin te misleiden. Die kan niet zoveel eitjes leggen. Commercieel is het wel interessant, want bijen vliegen nogal eens uit de kassen, als er buiten meer lekkers te krijgen is. Hommels doen dat niet. Ik vind het maar niks. Je maakt zo een inbreuk op de kringloop in de natuur.”

 

Bron: http://www.deweekkrant.nl/pages.php?page=1987248

Door: Jan Loonen